Mercedes is de naam van het zuidelijke stadje dat de poort vormt tot de Esteros. Hier ontmoet ik toevallig Victor en Jessica, dertigers die samen eigenaar zijn van vier estancias en 120 km noordelijker wonen, in het centrale dorp van de Esteros: Carlos de Pelligrini.
Een estancia is een grote ranch, met veehouderij en een centrale woning voorzien van enkele bijgebouwen, geen stallen. Veel belangrijker zijn de drie, vier of meerdere andere woningen errond waarin de "helpers" van de landheer wonen.
Naast het opknappen van allerlei karweitjes staan deze gauchos in voor de belangrijkste taak op een estancia met name het regelmatig bijeendrijven van het vee.
De estancia San Antonio waar ik logeer telt 4.000 ha, tweemaal Opwijks' oppervlakte dus, maar blijkt één van de kleinere te zijn. De grotere estancias rond Mercedes beheren 40.000 ha wat neerkomt op voedsel voor ten minste 10.000 runderen.
San Antonio's 4.000 ha werden onderverdeeld in een twaalftal "pampasterreinen" waarop telkens homogene groepen vee grazen (alle stieren van één jaar samen bv.).
De pampasgronden krijgen geen meststoffen, de dieren geen meel onder geen enkele vorm. Het malse en lekkere vlees dat Victor me op mijn bord aanbiedt, is inderdaad puur natuur zoals hij het met enige fierheid karakteriseert.
De ligging van deze estancia, San Antonio, is bijzonder gunstig. Ze situeert zich ongeveer twaalf kilometer uit het dorp van Carlos Pelligrini, en lijkt als een landtong, een schiereiland, ingeschoven in het beschermde moerasgebied dat het langs drie zijden omringt. Voornamelijk hierdoor tonen de gronden van de estancia zich tevens als een paradijs voor vogels.
Dit Braford rundveeras blijkt zeer goed aangepast te zijn aan de pampas. Alle dieren die ik zie verkeren in uitstekende conditie. Ze vragen geen toezicht, eten enkel (hard) gras en kruiden, krijgen nooit voedermeel en vinden water in de vele poelen en plassen van de moerasgronden. Ze krijgen wel zouten (vergelijkbaar met onze likstenen) ter beschikking.
Paarden worden in mindere mate gekweekt. Ze worden door de gauchos als werkdier (bijeendrijven vee) gebruikt en als transportmiddel, niet als slachtdier.
Op een van de wandelingen ontmoet ik deze veertienjarige cowboy.
Zoals alle andere jongens die buiten het centrum van het dorp wonen gaat hij "te paard" naar school.
Overbodig te melden dat deze jonge gasten als het ware op hun paard "kleven", zonder zadel.
Om de twintig dagen worden de runderkudden bijeengedreven tot in de coral (foto) om zo door een bad te worden gestuurd. Dit bad is een diepe betonnen put gevuld met een oplossing van parasietdodende producten waarin ze gedwongen worden te springen zodat ze even kopje ondergaan. Op die manier worden alle delen van de huid gedesinfecteerd.
PS: Tegelijkertijd wordt van deze behandeling gebruik gemaakt om de dieren te vaccineren.
Estancia "San Antonio" is in tegenstelling tot vele andere estancias die zeer uitgestrekt zijn en luxueuse woningen herbergen, een eerder gewone, maar niettemin typische gauchowoning.
De drie mensen waarbij ik vier dagen mocht verblijven.
Vlnr.: Pablo, gaucho en de rechterhand van Victor,
Jessica, Amerikaanse biologe en feitelijke eigenares van deze estancia,
Victor, gaucho en landheer, van origine criollo (nakomeling van Spaans-Indiaanse afkomst) met Indiaans Guarani bloed.
In de meer moerassige delen van de Esteros zien de pampas er eerder "savanna-achtig" uit.
Typisch voor deze moerassen zijn de inheemse palmbomen.
De verscheidenheid aan vogels en andere dieren hier weergeven is een onmogelijke opdracht. Hopelijk kunnen de geselecteerde beelden iets tonen van de interessante biodiversiteit die hier te vinden is.
De Hornero wordt als "nationale vogel van Argentina" aangeduid. Een eerder gewone en in de pampas algemeen voorkomende zangvogel. Zijn naam refereert naar "horno", het Spaanse woord voor "oven"; ovens worden in Zuid-Amerika immers ook uit barro (modder) gemaakt. Misschien herinner je je nog de foto van een oven in San José, Bolivia.
Het nest van de Hornero bestaat uit twee kamers. In de voorste kamer houdt het mannetje de wacht om te beletten dat andere mannetjes het vertrek zouden binnendringen en het vrouwtje zouden bevruchten. (NL naam: "ovenvogel")
Een zeer rare snuiter is de Chajá, een vrij grote vogel (75 cm lang) die het symbool van de pampas wordt genoemd en uitsluitend in centraal en zuid Zuid-Amerika voorkomt. Deze vogel die in een heel aparte familie bij de eendachtigen wordt ingedeeld lijkt eerder op een kalkoen. Wanneer je dichtbij, nou ja tot op een kleine honderd meter nadert, maakt hij verschrikkelijk veel lawaai, een "alarmroep" heet dat dan, al zet deze wel de halve pampa in beweging. Volgens kenners zou deze alarmroep dienen om de jongen te verwittigen dat ze moeten ontsnappen.
"Chajá" is geen Spaans maar een Indiaans Guarani woord dat "ontsnappen" betekent.
Een andere vogel die veel lawaai maakt, en sociaal in groepen op de pampas leeft, is de Monniksparkiet.
Deze kleine papegaai is de meest voorkomende die vooral in en rond de palmbomen kwettert. Het is de enige soort papegaai die niet in holen broedt maar een nest maakt uit heel doornige takken.
In België komt deze soort ook al in het wild voor als "ontsnapte" exoot.
Dit jong exemplaar viel acht maand geleden uit het nest, werd door Jessica gered en is zo haar huisdiertje geworden.
Hij luistert naar de naam "Chingo".
De densiteit van roofvogels op de pampas is enorm in vergelijking met deze van andere natuurgebieden. Er komen heel wat kleinere roofvogelsoorten ter grote van onze Torenvalk voor. Caracara's (foto) zijn zowat de grootste (grootte van Buizerd) algemeen voorkomende soorten, arenden en gieren komen voor maar vanzelfsprekend in mindere mate.
Naast de Andescondor waarvan ik uiteindelijk enkele exemplaren kon zien in de Andes rond Salta, stond de tegenhanger van de Afrikaanse Struisvogel bovenaan op het verlanglijstje. Vergeefse zoektochten in de Andes gaven geen resultaat. Op de pampasterreinen in de Esteros zijn deze Nandoes blakend van gezondheid - nooit zo gezien in een Europese zoo of privé dierenpark - te bewonderen, als je snel bent tenminste, want het zijn zeer schuwe dieren.
PS: als je goed kijkt zie je een draad van de afspanning van de pampasweide.
De Goudborstspecht komt algemeen en in relatief grote aantallen voor op de pampas.
Je kan ze vaak aantreffen op electriciteitspalen.
De capibara is het grootste knaagdier ter wereld. Dit exemplaar dat makkelijk dertig kilogram haalt, schuurt met zijn neusklieren tegen planten om zo zijn terrein af te bakenen.
Met deze Amerikaanse Reuzenijsvogel sluiten we het rijtje af.
Ja, met een ijsvogel! ;-)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten