21 mrt 2011

Chalalán

Op de houten bank aan het Chalalánmeer zit ik rustig wat te lezen in "Cien años de soledad", een boek van Gabriel Garcia Marquez dat ik een week geleden in een winkeltje hier in Rurre kocht.
Hoewel er nogal wat vissen en andere dieren in en rond het meer leven, vertoont deze vlakte nauwelijks een rimpeling. Dit is wel meermaals het geval, dat je nauwelijks dieren ziet. Amerikaanse onderzoekers toonden aan dat Madidiwoud een biologische hotspot is en dus een bijzonder rijke biodiversiteit kent, maar vaak valt op het eerste zicht niks bijzonders te bespeuren. Toch trekt "iets" even mijn aandacht weg van het boek en kijk ik een moment opzij. Op vrij korte afstand zwemt een zwarte kaaiman aan de oever heel traag richting de overkant van het meer. De ogen, de lange snuit, de neus en het eerste deel van de romp, drijven boven. Ook zonder verrekijker kan ik duidelijk de blik in de glazige ogen van het halfvolwassen dier zien, het houdt mij in de gaten zonder zijn peddelsnelheid ook maar even te veranderen.

Soortelijke observaties zijn er wanneer ik met een groepje toeristen meega op hun eerste wandeling door de jungle, er is schijnbaar geen enkel dier van kortbij te bespeuren. De gids opgegroeid en opgeleid in de jungle, hoort altijd wel iets en weet ons te vertellen, welke vogel of ander dier dat dan wel is en in bepaalde gevallen krijgen we dat dan ook te zien na wat sluip- en speurwerk.
Stopplaatsen bij planten en bomen vormen bronnen van verhalen over medicinaal gebruik in hun gemeenschap, over de toepassing van het hout als gebruiksvoorwerp of in de constructie van hun woningen.
Het "gebruik van dieren", onder vorm van jacht of visvangst, door bewoners van de gemeenschap van San José de Uchupiamonas - de enige gemeenschap die in het beschermde gebied leeft - kán mits het uitsluitend om eigen gebruik gaat. Zo worden spinapen, pecaris, ... enzomeer nog steeds door hen bejaagd en gegeten.

Van de negen gidsen komende uit deze gemeenschap die twee uur verderop aan de Tuichi-rivier leeft, heb ik er nu acht gezien. Hiervan kon ik er zes echt ontmoeten, er mee kennismaken en praten over de situatie van de ecolodge, de gemeenschap, en de toekomst van het Madidiwoud. Van twee "anciens" heb ik de indruk dat ze elk contact met mij vermijden en sceptisch staan tegenover elke "inmenging van een buitenlander".
Sergio, de gids die officieel als leider van de gidsen geldt, toonde zijn goede intenties maar kreeg zijn gidsen als groep niet georganiseerd om samen met mij van gedachten te wisselen - er waren  altijd gidsen die wat anders te doen hadden - waarop de algemene manager hier in Rurre reageerde door mij te vragen of ik niet in hun gemeenschap van San José de jonge gidsen wou mee gaan helpen opleiden. Met jonge mensen - ze zouden allen rond de twintig zijn - werken is meestal interessant, dit lijkt voor mij beter dan het oorspronkelijke plan met de huidige gidsen waar tot nu toe toch alleen maar sporadisch iets van terecht kwam.
Kennis van de plaatselijke flora en fauna is voor deze jongeren geen probleem, achtergrondinformatie hierover verwerven wel.

Ik ben benieuwd, dit is een nieuwe uitdaging, bijzaken  kunnen hoofdzaken worden en hoofdzaken bijzaken. Een bezoek aan de inheemse gemeenschap stond op mijn verlanglijstje zonder evenwel te weten dat ik daar jongeren mee zou mogen opleiden. Tegelijk ben ik ook sceptisch, we zullen zien wat er terecht komt van de beloften, van het voorgestelde.

Vanuit praktisch oogpunt moet ik nu eerst de tweede verlenging van mijn visum in orde kunnen krijgen, een zaak die met zich meebrengt dat ik niet direct de acht-uren-boottocht naar San José kan ondernemen. Het visum zou in de laatste dagen van deze maand in orde gebracht worden. Ik heb dit keer drie documenten meer nodig dan in La Paz, dit omdat alles hier naar de departementale hoofdstad Trinidad moet, dus "andere" documenten, waaronder een van een plaatselijke notaris (?!), meer tijd, meer kosten..., ja "de" administratie...
"Jajamaar",  zei de bediende van de migratiedienst tegen me, "met een dergelijk visum ga je alles kunnen doen, niet alleen vrijwilligerswerk, je kan dan hier ook gaan werken, je kan trouwen hier". Ik dacht dat dat laatste een mopje was, maar het was serieus.....

Zwarte kaaiman op de Tuichirivier:
Zondag zag ik op de markt in Rurre riemen en portefeuilles in echt kaaimanleder, en echt anacondaleer. Er lagen er ook enkele tussen die nep waren maar nog andere waren gemaakt uit de huid van jaguar en ocelot.  Ik vraag me af of dat alles van dieren buiten de beschermde gebieden komt, ik twijfel eraan.





3 opmerkingen:

  1. Nu begint het hier wel heel erg hard te kriebelen Frans...
    Giganteas sobre mi espalda!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Nog vergeten:
    Ter informatie Frans: BDS heeft toegezegd om het stukje bos door NP te laten aankopen!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Prachtig Marc, zo gaan meer mensen kunnen genieten van dit stukje natuur.

    BeantwoordenVerwijderen