De vijfde dag gaat het beter en twee dagen later trek ik erop uit om Coroico, een dorp schilderachtig gelegen in de Andes, te bezoeken.
Omderweg in het minibusje, spreek ik met Judit, een jonge Boliviaanse vrouw met vier kinderen. Ze houdt een drogisterij, een soort farmacie, open in El Alto. Ze studeert eerste jaar rechten, is 32 jaar, en wil later iets doen tegen de, volgens haar vaak al te willekeurige, gevangennemingen in Bolivia.
Na een uur praten verneem ik dat ze kort geleden voor de tweede keer gescheiden is. Enkele kilometer voor we in Coroico aankomen, weerom een uur later dus, vertrouwt ze me toe dat haar laatste man haar sloeg, een "uiting van het typische machogedrag van zuidamerikaanse mannen", zo legt ze me uit. "In Europa heb je dat veel minder?" gaat ze retorisch verder. Nooit wil ze nog afhankelijk zijn, nooit wil ze nog een man.
De discrete, niettemin klare taal van deze vrouw sluit aan bij soortgelijke informatie over het "onzichtbare" machogedrag, informatie die ik al paar keer eerder had opgevangen, zij het in veel bedektere termen.
Na drie wandelingen en een overnachting in dit groene lagere deel van de Andes, kom ik terug aan in La Paz. Misschien voor het laatst. Twee dagen later stap ik op een vliegtuig richting Quito, de hoofdstad van Ecuador, met tussenstop in de Peruaanse hoofdstad Lima. Om aan te sluiten op de vlucht Lima Quito zou ik een ganse nacht in de luchthaven van Lima moeten wachten. Ik ruil het slopende wachten in voor een hotelletje van één nacht.
Lima aan de Stille Oceaan, kuststad met 9 miljoen inwoners, wordt door al mijn contacten omschreven als een onveilige, zeg maar "gevaarlijke" stad; diefstal met geweld is er dagelijkse kost. Ik waag me dan ook niet buiten het hotel, niet in de straten, en ben blij dat ik er maar één nacht moet blijven.
De stad maakt ten opzichte van La Paz een meer ordentelijke indruk. De wegen zijn recht met weinig of geen putten, de voetpaden redelijk goed, er zijn geen stinkende goten met allerlei rotzooi erin, en de huizen zijn het synoniem "gebouwen" waardig.
De volgende morgen brengt een Peruaans vliegtuig ons in Quito, de Ecuadoriaanse hoofdstad die groen omzoomd in de Andes op 2.800 meter hoogte, opduikt.
Deze stad geeft een herkenbare en aangename indruk, de temperaturen voelen zacht aan. De huizen en de gebouwen zien er fraai uit, hun pastelkleuren doen aan zuideuropese, Franse of Italiaanse, steden denken. Hun houten dakconstructies tekenen voor een ietwat Amerikaanse westernstijl. In de straten zie ik vele kleine moderne winkeltjes, de mensen lopen er hip gekleed bij en lijken goed gezind, ze schijnen te genieten van hun stad.
De munt is hier de Amerikaanse dollar, das makkelijk rekenen. In een buurtwinkeltje koop ik vijf dikke bananen, enkele sandwiches, een potje yughurt en een grote fles water en moet 2 dollar betalen. Ik heb niet moeten zoeken naar een geschikte winkel. Dat alles direct beschikbaar is ben ik niet meer gewoon, het doet deugd zo te kunnen winkelen.
De hoteluitbaatster maakt me duidelijk dat ik in bepaalde buurten best niet kom als het donker is na 19u. Ja, het is hier niet zo erg als in Lima, maar zo braaf als de mensen in La Paz, zijn sommigen Ecuadorianen hier ook weer niet.
Quito, vormt voor mij de poort naar de Galapagos-eilanden. Ik kan een last minute-ticket op de kop tikken en ben natuurlijk blij iets dergelijks te kunnen doen wat ik vooraf niet gepland had. Morgen vrijdag 6 mei vertrekken we, ben benieuwd...
Een van de vele hostalletjes in het nieuwe noordelijk gelegen centrum van de stad.
De Plaza de la Independencia met zicht op de Andes.
Het centrale plein baadt in de zon, een zon die hier aan de evenaar 's middags loodrecht boven ons hoofd staat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten