28 feb 2011

Rurrenabaque, basiskamp

Gisteren zondag zijn we 3500 meter lager dan El Alto (La Paz) geland op het vliegveldje van Rurre. Hier geen enkel gebouw, alleen bomen en een weelderige plantengroei die het vliegveld omsluiten.
De warme en vochtige lucht doet deugd, we voelen het, we zijn in de tropen.

Rurre is een op en top "rugzaktoeristen-dorp" aan de grote Beni-rivier. De vele touroperators, een twintigtal schat ik, bieden geleide wandelingen in de jungle aan.
Bij een aantal ligt het accent duidelijk op verantwoord en duurzaam ecotoerisme: respect niet enkel voor de natuur, maar voor de plaatselijke gemeenschappen, stammen, die ervan leven en waarbij de organisatie wettelijk garant staat dat nagenoeg alle inkomsten naar die gemeeschap gaan. Dit is mogelijk door het feit dat de mensen van de gemeenschap volledig  ingeschakeld zijn in de activiteiten van de organisatie.
Tot mijn aangename verrassing kent Chalalán S.A. hier enkele collega-organisaties die samen met hen concurreren naar de gunst van toeristen met verantwoordelijkheidsgevoel. Goed!..., de organisatie waarvoor ik zal werken staat er dus niet alleen voor. Volgens Lonely Planet is Chalalán wel de grootste hierin, "Bolivia's leading community-based ecotourism project".
Uit allerhande informatie is het me duidelijk dat een aantal goedmenende organisaties er samen in geslaagd zijn het Madidipark, wars van verschillende ontwikkelingsprojecten voor aanleg van hydrocentrales, gaswinning, houtkap en jacht grotendeels te beschermen. Behoud van de leefgebieden van en voor de plaatselijke autochtone gemeenschap die in het Amazonewoud leven.
Maar de druk aan de andere zijde blijft. De regering zegt dat natuurbehoud een prioriteit is, maar anderzijds liggen verschillende projecten klaar voor bodemontginning (vnl. mbt olie) van het nationaal park. Bolivia is een arm land en de regering heeft geld nodig...

Morgen dinsdag, zouden de Beni- en de Tuichi-rivier bevaarbaar zijn. Momenteel is er teveel stromimg door de aanhoudende regens van de voorbije dagen. We vertrekken dan voor een boottocht van zeven uur richting Chalalán Ecolodge. Daar, beste lezer, is evenwel geen internet beschikbaar. Op een avond van een dag waarin er een boot naar Rurre terugkeert, kan ik meevaren en kan ik jullie opnieuw informeren. Tot later.

Toeristen hebben net een boottochtje op de brede en snelstromende Beni-rivier achter de rug.
De omgeving is een ideale plaats om vogels te zien.  Zelf zag ik al een koppeltje trogons en vele andere kleine en grote soorten... Jammer dat ik de boeken van Koen niet meegenomen heb, maar in Chalalán hebben ze ook wel wat geschreven info.



26 feb 2011

La Paz

Santa Cruz noteert officieel Hoofdstad van Bolivia en in praktijk kan ze alleszins ook als het economische centrum beschouwd worden.
De historische hoofdstad is ongetwijfeld Sucre, daar werd de onafhankelijkheid getekend, en dit blijft meer dan een constitutioneel symbool van Bolivia.
La Paz herbergt alle administratief belangrijke gebouwen, het parlement en vrijwel alle regeringsgebouwen, de politieke macht ligt volledig in La Paz, de banken, de internationale organisaties en nog veel meer, zijn er gevestigd. Bovendien is La Paz schitterend gelegen op een hoogte van gemiddeld 3600 meter, geen enkele hoofdstad ter wereld gaat hoger...

De zon schijnt en de Altiplano (Hooggebergte van de Andes) straalt wanneer we laat in de namiddag met de minibus terugkeren van Tiwanaku - een pre-Inca site - naar La Paz.
We doorkruisen eerst nog El Alto, een nieuwe stad, amper 25 jaar qua leeftijd, enkele honderden meters boven La Paz gelegen. El Alto, de stad waar de armere bevolking aangekomen is vanuit de de hoogvlakte, er woont en er ondertussen aangegroeid is tot quasi één miljoen inwoners.
Ons busje wijkt plots uit naar rechts op een verhoogde berm die een mirador (uitzichtpunt) blijkt te zijn.
Vanuit de Micro vangen we slechts een glimp van de stad op en iedereen snelt dan ook naar buiten met een fototoestel in de hand. Wat onze ogen te zien krijgen is verbazingwekkend. Het is alsof een enorme reus eertijds met één hand een pak aarde uit de Altiplano heeft weggeschraapt en een brede kuil, een canyon, heeft achtergelaten waarin hij nadien mensen in de diepte van de brede gleuf en op de vele richels en oneffenheden, een stad heeft laten bouwen.

Terwijl onze pupillen dansen in wijdse richtingen is het voor iedereen snel duidelijk dat deze impressie niet weer te geven zal zijn met foto´s.  Een aantal onder ons poseert met de stad in de diepte als achtergrond.

Terwijl we met ons busje langzaam dalen blijven de beelden van de Altiplano nog op mijn netvlies kleven. Een golvende mozaiek van vele ruwe gebieden afgewisseld met bewerkte percelen waarop aardappelplanten, van wit over rood tot lila, staan te bloeien alsof het voor de hemelse gratie is, afgewisseld met langgerekte percelen waaruit de toortsvormige quinoaplanten zich oprichten, en ja, nog percelen met erwten, wortelen en vele andere groenten. De bodem is hier bijzonder rijk aan mineralen, de aarde komt uit de zee, met name uit de Pacific Ocean in de oertijden. De boeren gebruiken geen meststoffen, ook de beschikbare koemest wordt niet gebruikt. Enkel wisselculturen of braaklegging wordt als techniek aangewend.

Ondertussen blijken we kort bij het centrum van La Paz aan het aanschuiven te zijn in de avondspits. Het gaat traagjes vooruit, we zijn niet zover meer van het hotel, wanneer ik een ´Pare´ (stop) vraag. Zo een pare kan je op een Boliviaanse minibus op om het even welke plaats vragen, de chauffeur probeert dan direct te stoppen, op een min of meer veilige plaats.

In de lege ruimtes tussen de wriemelende mensenmassa zoek ik een weg tussen Bolivianen en de vele toeristen, twintigers, ´alternatievelingen´ veelal, de steile helling op naar het hotel.
Onderweg schenk ik dit keer geen aandacht aan de grote verscheidenheid van mooie geweven doeken, de vele beeldjes, halskettingen en cultuurproducten allerhande. De straat van de Brujas (heksen) met de paketten gemumificeerde foetussen van lama´s die als offer aan de ´Pachamama´(Moeder Aarde) worden aangeboden, deze keer ten spijt.
Ik wil nog deze avond in een goede boekhandel een deftig boek van biologie gaan zoeken. Volgende week zijn we immers normaliter in het Amazonewoud. Als ik in de Ecolodge Chalalán aan de lokale gidsen wil lesgeven zou ik dat wel eens goed kunnen gebruiken.
Morgenvroeg zondag vertrek ik naar Rurrenabaque, een poort naar het Amazonewoud...

Voor de geïnteresseerden, de boekhandel blijkt achteraf een Don Bosco-winkel verbonden aan een Don Bosco-college, te zijn.
Beeld op de Altiplano met een zeldzaam groepje runderen grazend in een perceeltje grasland


"Goed kijken, hier beneden zie je een stukje La Paz"


Gedroogde Lama-foetussen worden ingegraven in de fundering van een nieuwe woning of verbrand wanneer iemand bijv. voor belangrijke onderhandelingen staat. Hier te koop aangeboden in een stalletje op de stoep.

17 feb 2011

Cochabamba, een levendige stad

Met een bezoek aan de stad Cochabamba (2500 m) krijgt een zuidamerika-reiziger opnieuw een ander beeld van een Boliviaanse stad. Oruro, de 'vorige' stad, is hier moeilijk mee te vergelijken en deze kern doet opnieuw denken aan het karakter van Sucre, al zie je hier geen witte gebouwen.

De welstand en het milde klimaat van Sucre heeft deze stad in ieder geval. Bovendien ligt er net buiten dit centrum, een wijdse en vruchtbare groententuin, getuige hiervan de verscheidenheid aan vruchten in de mercados (overdekte markten) en  de stalletjes, maar ook dat is nog niet alles. Straten, markten, winkels, ze bruisen hier van het leven.
Met meer dan een half miljoen inwoners wordt 'Cocha' wel eens als de derde stad van Bolivia gepositioneerd, na Santa Cruz en La Paz. Commercieel en economisch is men alvast heel actief, straten en de stoepen geven een nette indruk, en de meeste Bolivianen hier zijn hip gekleed, vooral de vrouwen zouden evengoed in een Europese stad kunnen voorkomen.
De er 'klassiek-uitziende' vrouwen met brede hoepelrokken, geaccentueerd door de vele plooitjes, en de typische hoge bolhoed op de hoofd, een gebruik overgenomen van de Spanjaarden destijds, ontmoet je hier in Cocha veel minder. Men zou denken dat het Boliviaanse gemiddelde dat zestig procent inheemse bevolking telt, hier niet gehaald wordt, maar dat is alleen een vermoeden.

Beeld genomen tijdens de betoging, een van de vele, dit maal tegen de stijging van de transportprijzen (16 febr.)
Merk op dat beide vrouwen vooraan een 'moderne' hoed dragen. De vierde vrouw draagt de
klassieke bolhoed en de al even klassieke schort over de hoepelrok.

Museum
In een sober en op het eerste zicht wat somber lijkend Archeologisch-Antropologisch Museum loopt een rijke gids rond, Rene. Nee, hij is financieel niet rijk, maar hij is een gepassioneerde gids met een ruime kennis over de zuid-amerikaanse beschavingen en hij begeleidt me, na het stellen van een kleine vraag, spontaan door de vier vertrekken. Hij probeert uit te leggen waar de Boliviaanse culturen vandaan komen. Een basisverschil met de onze qua oorsprong, is, dat de mens Homo sapiens sapiens dus, hier veel later arriveerde dan in Europa. Zo'n 10.000 jaar geleden kwam hij in het noorden via de Beringstraat de Nieuwe Wereld binnen. Over vele generaties zakte hij stilaan via Alaska af naar Mexico en nadien naar Zuid-Amerika. Van de periode vanaf 2000 jaar voor Christus zijn er voorwerpen, gegevens, in het museum te bewonderen, maar daarover misschien later iets meer.
Een bijzonderheid is wel dat de zo bekende Inca-dynastie die gelocaliseerd was in Peru, Bolivia en het noorden van Argentina, slechts vrij kort regeerde, met name tussen 1460 en 1532 (wel al vroeger in Peru), tot net voor de Spaanse veroveraars hier toekwamen en deze mystieke cultuur langzaam maar zeker verdween.

Twee jonge gasten zijn wat aan het jongeleren, om te spelen... Hun vier makkers, links, spelen muziek op maat. Een mooi zuiders tafereeltje op de Plaza Colon in Cocha.

14 feb 2011

Van Potosí via de Altiplano naar Oruro de karnavalstad

De degelijk geasfalteerde weg van Potosí (4070 m) naar Oruro (3700 m hoogte) loopt zigzaggend over de Altiplano.
Het landschap toont in de verte een bergketen, de omgeving zelf wordt gestilleerd door hellingen, afdalingen, valleitjes met riviertjes en ruwe dikke graspollen.

Een stopplaats onderweg aan een kleine nederzetting

We zien hier en daar een groepje lama's grazen. Bepaalde dieren zijn fijner gebouwd en lijken op vicugna's, maar volgens mijn Boliviaanse medepassagier zijn het ook gedomesticeerde lama's. Ja, er bestaan vele kruisingen.

Vicugna's evenals guanaco's leven in het wild en zijn zeldzaam. De wol van de vicugna is zeer fijn, en bij aanraking voel je dat ze zeer zacht is en je vingers als het ware streelt.
Het is deze wol die zo gegeerd was door de Inca-stamhoofden en exclusief door hen gebruikt werd.
In de twintigste eeuw hebben stropers massaal dieren afgeslacht om illegale afnemers te bevoorraden die de wol exporteerden. Daardoor liepen in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw de populaties die een totaal van twee miljoen vicugna's telden, terug tot een tienduizendtal dieren.
Door inspanningen van nationale parken in Chili en Bolivia groeiden de populaties opnieuw aan, zijn de prognoses goed, en mogen  inheemse bevolkingsgroepen de wol van de vicugna toch gebruiken en verhandelen evenwel zonder de dieren te doden, dit conform de CITES-regels.

De bewoners van de Andes deden en doen al duizenden jaren beroep op de "kamelen van Zuid-Amerika". Ze verschaffen hen vlees en wol en dienden eertijds ook als lastdieren, nu doen 'camiones' het transport.

De bevolkingsgroepen op de Altiplano leven hoofdzakelijk van de gedomesticeerde lama's en alpaca's, je kan het vlees en hun wol hier dan ook op vele plaatsen kopen.
Lama's zijn dus wat grotere dieren die iets ruwere wol verschaffen. Zij zijn wat robuster dan de alpaca's en kunnen overleven op ruwe en droge graslanden terwijl de alpaca's meer vocht nodig hebben om hun fijnere wol te kunnen produceren.

Oruro
Deze oude mijnstad heeft toerisch niet zoveel te bieden.
Bijzonder is wel dat 90% van de bevolking hier inheems is en tot de Aymara-stam behoort. President Evo Morales komt uit dit gebied en is Aymara. Samen met de Quechuas vormen de Aymara's de beide grootste indianenstammen van Bolivia.

Afgelopen zaterdag kwam ik toevallig terecht op de markt van Oruro, ze beslaat vele straten en is een pareltje van authentieke gebruiken. Verschillende vakjes van het dambord worden gevuld met allerlei kleine kraampjes waar, als je alle kraampjes samentelt, alles te koop is, alles wat je bij ons ook zou vinden in zevenentwintig supermarkten samen, maar dan op geheel andere wijze verpakt. Zo zag ik verschillende kraampjes met tien tot twintig zakken van elk ruim vijftig liter, boordevol gevuld elk met droge pasta-korrels behorend tot minstens acht verschillende pastasoorten. Overigens, het systeem van supermarkten werkt hier niet, er is er wel een vlakbij het centrum, maar er stapt bijna geen enkele Boliviaan binnen.

Typisch nog zijn de fruitstalletjes waar je alle exotisch fruit vindt, en daarnaast de beroemde papa's. Papa's is het woord dat hier gebruikt wordt voor aardappelen. Deze aardappelen hebben meestal een vrij bolronde vorm met een indeuking waarin zich een aantal 'ogen' bevinden. Papa's zijn meestal rood van kleur, maar bepaalde variëteiten zijn heel bleek tot zelfs helemaal wit, deze laatste hebben slechts een doormeter van een drietal centimeter.

Eén feit is wel super-eigen aan Oruro, en dat is Karnaval. Uit heel Bolivia komen mensen hier Karnaval vieren. Dit volksfeest loopt niet enkel over één weekend maar was dit weekend van 12 februari, al gestart, meer dan drie weken vooraf dus.
Zaterdag en zondag genoot ik dan ook een beeje onverwacht en zonder 'vooraf te reserveren' van verschillende parades die zingend en dansend het centrum doortrokken. Hoewel ik helemaal geen karvanalbeest ben, komen deze parades als vrolijk en aangenaam over.
Hierbij een paar foto's.
 


11 feb 2011

Potosí, de mijnwerkersstad

De Andes bestaan in feite uit twee bergketens, een westelijke en een oostelijke keten die beide parallel van noord naar zuid lopen. De westelijke bevindt zich voornamelijk in Peru en Chili. Bolivia herbergt een deel van de oostelijke keten. Sucre, de witte stad, ligt er onder andere in.
Tussen de beide ketens situeert zich de 'Altiplano', een hooggebergte plateau tussen de 3500 en 4000m.
Op weg van Sucre naar Potosí zagen we op bepaalde plaatsen van de Altiplano, grote percelen bewerkt voor landbouwdoeleinden, extensief weliswaar.
Er zijn culturen van bomen, er is een soort grasland, maar de meeste aandacht gaat toch naar maïs (foto) en aardappelen. Verschillende aardappelvariëteiten komen voor in verschillende stadia van de ontwikkeling, ze floreren er letterlijk - een aantal stonden in de bloeifase - goed.

Potosí zelf ligt op 4070 meter hoogte.
Ik voel wat lichte hoofdpijn en ben een tikkeltje duizelig wanner we er aankomen. De kleinste inspanning, mijn jas aantrekken bijvoorbeeld, doet de longen hoog en breed opengaan, de ademhaling wordt intenser en sneller. Ik voel mijn hart ook wat sneller kloppen. Dat is de normale reactie bij lage zuurstofconcentratie.
Ik hou me rustig, drink veel water en eet heel weinig, en het lukt, op mijn kamer kan ik snel de slaap vatten, ondanks de frisheid die er hangt. Vier dekens op het bed blijken net voldoende.

Deze hoogste stad ter wereld heeft weinig fraais te bieden. Ja, de plaza, het centrale plein, is mooi en enkele gebouwen zijn dat ook.
Maar de vele toeristen komen voornamelijk om dé berg te zien, de 'Cerro Rico', de 'Rijke Heuvel' die verderop wat hoger ligt. Sinds de komst van de Spanjaarden in de jaren vijftienhonderd worden hier mineralen gedolven. Eerst wat goud, maar niet zoveel, maar daarna enorme hoeveelheden zilver, en ook zink, en brons, koper, en vele andere mineralen, een zestigtal in totaal.

De toenmalige Spaanse kolonisators gingen met alle rijkdommen van deze enorme berg aan de haal en gebruikten de inheemse bevolking, en ook zwarte Afrikanen, als slaven. Duizenden mensen kwamen om van ontbering.

Momenteel, na nagenoeg 500 jaar exploitatie, zijn de grootste minerale rijkdommen uit de berg weggegraven. Niettemin werken nu nog steeds 10.000 Bolivianen elke dag in de berg, die nu te beschouwen is als een kaas met vele gaten.

Toeristen komen van verre hier naar toe om een bezoek te brengen aan de mijn. Ook ik wil zien wat hier aan de hand is.
Nagenoeg twee volle uren kruipen en lopen we door de mijnen, praten we af en toe met een mijnwerker en geven hem een fles coca en cocabladeren. Deze kauwen ze de hele dag, eten doen ze niet, de bladeren zijn hun rantsoen voor een hele dag hard labeur in zware ongezonde en gevaarlijke omstandigheden. De meeste houden het slechts vijftien jaar vol en velen kampen dan met stoflongen. Maar sommigen werken tot dertig jaar in de mijn om hun gezin te kunnen onderhouden.

Ik ben blij eindelijk na twee lange uren boven te zijn. Ik ben er niet goed van, dit is niet meer menselijk.
Alles is chaos rond de mijn, afval, stenen, oud materiaal, slijk,.... Nee, dit wil ik niet meer meemaken. Maar die 10.000 mijnwerkers, ... ik voel me ongemakkelijk.
En dan te weten, dat Bolivia nu nog altijd geen export heeft van de vele tonnen mineralen die er gedolven worden. Alle gedolven mineralen gaan naar bedrijven in Chili die wel over de nodige licenties voor export beschikken. De onmacht en de onrechtvaardigheid, blijven bestaan.

10 feb 2011

Sucre, foto's

Sucre, de witte stad, mag een juweeltje genoemd worden qua zuidamerikaanse bouwkunst: Het aartsbisschoppelijk paleis is een mooi voorbeeld dat de grote rijkdom aan koloniale architectuur illustreert, en waarbij vooral kerken, musea en officiële gebouwen in het oog springen.

Om het natuurhistorisch museum met zijn bekende dinosauriërsporen, te bezoeken, diende ik een Micro te nemen naar een plaats die een eind buiten de stad ligt. Terwijl het busje langs de steile helling van de stadsrand omhoog klom, kon ik niet naast de verdrukking van de indiaanse bevolking kijken, mensen die er in lamentabele omstandigheden dient te leven. Ze komen veelal van het platteland en trachten hier te overleven, in de zwarte rand van de witte stad.

Het historisch-symbolisch meest bekende gebouw van Bolivia is het "Casa de la Libertad" (Huis van de Vrijheid) in Sucre. Heel de geschiedenis van net voor de onafhankelijkheid tot op heden wordt er uit de doeken gedaan.
Het proces naar de onafhankelijkheid verliep niet zonder schermutselingen. In 1825 was het zover, de onafhankelijkheidsverklaring werd door Bolivia en Spanje ondertekend in de Casa de Libertad.

De Venezolaanse bevrijder Simón Bolívar (1783-1830, foto) was de leider van niet minder dan 35 oorlogen in verschillende zuidamerikaanse landen. Hij wou de landen die om onafhankelijkheid hunkerden niet in de steek laten en droomde van een eengemaakt bondgenoodschap over gans Zuid-Amerika.
In 1825 werd hem hier door de toenmalige volksvertegenwoordiging uit respect het presidentsschap en de naam van het land aangeboden. Hij aanvaardde en schreeft een grondwet vol idealen. Na een paar maanden vertrok hij echter weer, hij had nog andere zaken aan zijn hoofd.
Op het einde van zijn korte leven was het duidelijk dat hij zijn droom van een grote zuidamerikaanse staat niet had kunnen realiseren. Hij stierf in grote miskenning en tristesse. Enkele weken ervoor zou hij gezegd hebben: de geschiedenis zal me recht doen. En zij deed het. Simón Bolívar wordt erkend als de bevrijder van Zuid-Amerika, hij krijgt opnieuw de hoogste vorm van respect.

9 feb 2011

Sucre, en haar weefkunst

Het is zondagmorgen en toch al half negen wanneer we met de bus
aankomen in Sucre, de witte stad. We hebben er een nachtelijke rit van
15 uur over een afstand van nauwelijks 400 km op zitten. Onze beide
chauffeurs hebben onderweg honderden valkuilen letterlijk omzeild.
Parijs-Roubaix moet comfortabeler zijn.

Boven ons schuiven tinten van grijze wolken door elkaar. Het druilt nu
wat in deze stad op 2750 m hoogte.
Ik pak snel wat spullen en stop ze in de kleine rugzak; op zondag is
er immers in een hoger gelegen bergdorp, Tarabuco, markt.

Indiaanse mannen en vrouwen, klein van gestalte, gerimpeld en gehouwen
door de natuur, informeren er, steeds op nederige wijze, naar de
koopinteresse van de toeristen. Heel wat Bolivianen, maar ook
reizigers uit alle delen van de wereld, komen de prachtig geweven
doeken bekijken en vergelijken, maar kopen niet snel, de weelde aan
beschikbare authentieke werkstukken is hier niet vreemd aan.

De dag erna, maandag, stap ik het 'Museo de Arte Indîgena' (Museum
voor Inheemse Kunst) binnen. Wat hier te zien is aan geweven
tapijtjes, sjaals, riemen ..., grenst aan het ongelooflijke. De
historisch mooiste werkstukken geselecteerd uit deze van de 35
Boliviaanse nationaliteiten, de 35 culturen die het land telt, werden
hier samengebracht.

Maar bijna was deze rijkdom verdwenen. De weefkunst, een
traditie van indianenstammen uit het hart van Zuid-Amerika, ging in de
jaren zestig bergaf omwille van verschillende, veelal economische,
redenen, in zoverre dat er in de jaren tachtig bijna niets meer
overbleef en de indianen moesten overleven van de opbrengst van hun
schaarse landbouwprodukten. Tot de internationaal georganiseerde ngo
"ASUR" begin de jaren negentig er alles aan deed om de kennis en
vaardigheden van de indianen te bewaren en deze kunst bij het grote
publiek bekend en commercieel aantrekkelijk te maken. Indianen die de
technieken verleerd hadden, met hun kinderen, kregen en krijgen enkele
jaren opleiding in werkateliers. Ganse families werken nu thuis aan de
ingewikkelde werkstukken, zelfs papa's.

Aan het museum dat opgericht werd en beheerd wordt door de ngo ASUR,
is een winkel verbonden. Hier kan men weefkunst kopen die door
indianen uit de bergdorpen gemaakt werd. De opbrengst gaat
rechtstreeks naar zij die het werkstuk met hun handen gemaakt hebben.

7 feb 2011

Foto's Santa Cruz

Binnen de acht ringen die Santa Cruz markeren wriemelen de cruceños (Bolivianen van SC) zich een weg om hun bestaan. Op de Plaza, het centrum van het centrum, is "descanso", ontspanning, genieten, troef. Mensen komen er een babbeltje slaan, hun schoenen laten opblinken, een hapje eten, van een vers geperst fruitsapje nippen.

's Middags lopen de kinderen de school uit, hun taak zit erop. Hun keurige pakjes zijn een van de zaken waar de Bolivianen een erezaak van maken. De netheid van de straten is dat zeker niet.

Aan het Postgebouw, eerder een zuiderse werkruimte binnenin, lokaliseert zich een biotoop van commercie.

3 feb 2011

Santa Cruz, Bolivia

Al op de luchthaven van Buenos Aires raakt me het gezicht van een aantal medepassagiers. Vrouwen klein van gestalte, met stevige, ietwat gebogen neusbouw, intrigrerende blik, twee blinkend-zwarte haarvlechten aanlopend tot in de lenden. Met deze archevrouwen is de handtekening van Zuid-Amerika, van Bolivia in het bijzonder, gezet. Ja, Bolivia is het enige zuidamerikaanse land dat uit zoveel (meer dan 60%) inwoners van inheemse afkomst bestaat, afkomst erfelijk vast uit drie indianenstammen.
Bij onze aankomst is in het lage gebouwtje van de Viru Viru luchthaven van Santa Cruz, weinig volk te bespeuren. Enkel af en toe lijkt hier een vliegtuig te landen en gaat het douanepersoneel zijn posten bemannen. Het hoofd neergebogen en met twijfel in zijn ogen na het bestuderen van mijn visum, loopt de controleur tot bij zijn collega. Na een poosje begint deze te knikken. Oef, het is OK, ik mag binnen.
Buiten gekomen in de heldere tropische lucht, stap ik in een "Micro". Het is een oud maar stevig gepeesd busje dat een twintigtal personen kan vervoeren. Het zit bijna vol. Een medewerker van de chauffeur laadt mijn rugzak in en vraagt me vooraan te willen plaats nemen.
De chauffeur is ook eigenaar van het busje. Op de voorruit kleeft een kleine afbeelding van Jezus Christus, dat blijkt hier niet uitzonderlijk te zijn.
Terwijl we door open gebied her en der gedecoreerd met hoge palmbomen, rustig keuvelend laveren tussen toeterend verkeer, laat hij me zijn rijbewijs zien. Het geplastificeerde kaartje is nauwelijks vier bij vier centimeter en vermeldt in kleine druk 1970 als jaar van afgifte. Nu hij al een eind in de zestig is, wil hij dit beroep blijven doen, nog vele, vele jaren. Zijn ogen fonkelen wanneer hij me zegt dat hij met plezier reizigers aan de luchthaven ophaalt, hij praat met hen en is vooral zeer dankbaar dat hij kan steunen op een goede gezondheid om elke dag van 7u 's morgens tot 11u 's avonds mensen naar een plaats dicht bij hun hotel te brengen.
Barrios, vierkante wijken, met soms mooie statische gebouwen erin, schuiven voorbij, vele andere zijn gehavend door ouderdom, gaten, putten, scheuren, ze werden niet hersteld. Hoewel wat verwaarloosd, ogen ze door de frisse pastelkleuren exhuberant, tropisch. Bolivianen lopen over en weer, het zijn er veel. De hoofdstad Santa Cruz is recent La Paz voorbij gestoken qua inwoneraantal. Meer dan anderhalf miljoen hebben wij er, informeert de chauffeur.
Mensen leven hier buiten, op de stoep, kleine winkeltjes langs de kant, verkoopstandjes op de stoep, kiosken, een bolletje met gefermenteerde maïs, een kruiwagen vol met fruit, het staat er allemaal. Dit is duidelijk de rijkste stad van Bolivia heb in Lonely Planet en Trotter gelezen. Wat gaat dat geven in het arme noordwesten?
Wanneer we bij de buitenste barrios van het centrum zijn aangekomen, is het me duidelijk, dit ís zuidamerika, hier bestaat geen twijfel.