29 mrt 2011

Jungle

"Brmmm..." zoemt de motor achteraan onze boomboot wanneer ik samen met een groepje toeristen opnieuw mee de brede Beni-rivier stroomopwaarts vaar. Het water zit nog steeds vol bruin sediment uitgespoeld uit het regenwoud, het woud rondom aanwezig, langs de oevers en overal waar men zien kan verder stroomopwaarts. Na een half uur varen stuurt de bootman met de arm aan de motor de boot in een westelijke riviertak. De Beni is hier zo breed dat het nauwelijks merkbaar is dat we de monding van een andere rivier, de Tuichi, opvaren. Het water stroomt hier sneller, wilder, dit is een meer dynamische rivier, dat zien we aan alles. Al na korte tijd ben ik toch weer opnieuw onder de indruk van de kracht van deze rivier. De oevers die de ene keer twee à drie meter, een andere keer meer dan tien meter en af en toe zelfs twintig tot dertig meter boven het wateroppervlak uitsteken, brokkelen quasi dagelijks af. Bomen die de kruimelige okergele grond vol dikke keien, krampachtig schijnen vast te houden in de afgebroken rivierranden, zullen er vroeg of laat moeten aan geloven... De hoge kanten zullen onwillekeurig oner hun voeten afbreken, getuige daarvan de vele eilanden van neergeslagen slib, keien, takken en hele bomen er op chaotische wijze neergegooid, achtergelaten.
Wat een kracht moet het water dat uit de Andes komt hebben dat het eilanden maakt groot als enkele tientallen voetbalvelden midden in de rivier. Terwijl de oevers van de rivieren voortdurend afbrokkelen ontstaan er steeds nieuwe afzettingen hetzij in de vorm van eilanden hetzij als aangroei van de oever, zo verplaatst deze wilde rivier zich in het landschap.
 
Uren later, wanneer we over het wandelpad in het woud lopen, maak ik een analoge bedenking. Bijna overal liggen dode bomen, grote, kleinere en reuzebomen - machtig moeten ze geweest zijn - tegen de grond, opgeslorpt door schimmels, mossen, varens.
De open ruimten die grote omgevallen bomen achterlaten vullen zich op korte tijd met veel jonge planten en bomen die de lucht inschieten.
Nog andere bomen worden langzaam maar zeker gewurgd, door de "wranglertree", een bijzonder krachtige boom die zich heel traag - jaren duurt het - om een andere boom slingert als een klimplant en uiteindelijk heel de boom heeft omringd, hoe groot hij ook is, waarna hij alle bruikbare stoffen eruit zuigt, hem verteert.
Hier in het Amazonewoud, evengoed als op de rivier die er zich doorheen slingert, geldt de wet van groei, van vernietiging en opstanding, de wet van de snelste, de sterkste, de best aangepaste, de wet van de jungle.
 
 
Een aantal mensen onder jullie vragen zich af welke waarnemingen van dieren ik zoal doe.
Daar kan ik spijtig genoeg niet rechtstreeks op antwoorden, het zijn er zeker niet astronomisch veel, maar de vele kleine, vaak minder interessante details gaan beschrijven is ook niet mogelijk en dat zou voor jullie trouwens ook niet altijd leeswaardig zijn. Niettemin wil ik een paar feiten vermelden die mijn aandacht trokken.
 
De Hoatzin, hier op een tak boven het het water van het Chalalánmeer, schreeuwt dagelijks krijsend om aandacht.
Het is een bijzondere rare vogel, met de afmetingen van een kip en met stekelige kuifveren op zijn kop, die biologisch moeilijk te klasseren valt en geen levende verwanten heeft.
Hij eet voornamelijk bladeren en wat fruit en heeft voor de vertering hiervan een uniek systeem in de slokdarm waar bacteriën de bladeren verteren zoals runderen dit doen. Als de hoatzin vliegt is dat altijd een beetje stuntelig, je ziet dat hij veel kracht nodig heeft, dat zou komen door het extra gewicht van het verteringssysteem. Hij wordt niet bejaagd omdat hij stinkt uit zijn bek, dit ook omwille van de speciale vertering. Het is bovendien de enige nu levende vogelsoort waarvan de kuikens klauwen hebben aan de vleugels. Bij gevaar laten ze zich vallen uit de takken boven het water. Daarna gebruiken ze hun klauwen om via de bomen terug op te klimmen naar hun nest.

Ara's hebben zijn bijzonder grote papegaaien met een sterke bek die hen toelaat de zeer harde palmnoten die andere dieren niet kunnen eten, open te breken. De palmnoten hebben nog een tweede verdegiging, ze zijn giftig: Ara's lossen dit probleem op door klei te eten die ze aan de rivierbeddingen of -wanden vinden. Hier zie je de Blauwgele Ara die net als andere ara's in paren voor het leven, hoog in de boomkruinen leven.

De eerste morgen dat ik in de ecolodge bij de dageraad ontwaak,
hoor ik de wind brullen en gieren, het gaat op en af, dan weer sterker dan weer uitdeinend tot de bijna stilte en dan het geluid weer aanzwelt, alsofde wind huilend door lange gangen jaagt...
Het zijn mannetjes van de bruine brulapen, die door het gebruik van hun enorme keelzakken hun harem en hun territorium verdedigen. Zij zijn het die ons nog verschillende keren in de ecolodge zullen wekken.
Hier zie je er een mannetje in rust in de late morgen, rusten is iets wat ze vaak doen.

Termieten leven in de donkerte van hun staten die in het regenwoud als donkerbruine klompen gekauwd hout vastgehecht aan boomstammen, te zien zijn. Na enkel jaren verlaten ze deze "woning" om elders een ander nest te gaan bouwen.  Ofschoon je ze haast nooit te zien krijgt hadden we het geluk een kolonie trekkende termieten tegen te komen op een wandelpad.
Hoewel ik naast een kort filmpje alleen één onscherpe foto van ze heb, wou ik deze - vergeef me Gert - toch laten zien omdat je hier kan vaststellen dat ze zeer licht gekleurd tot helemaal wit zijn. Verder zien ze eruit als mieren waartussen soldaten voorzien van een relatief dikke oranje gekleurde kop, patrouilleren.

21 mrt 2011

Chalalán

Op de houten bank aan het Chalalánmeer zit ik rustig wat te lezen in "Cien años de soledad", een boek van Gabriel Garcia Marquez dat ik een week geleden in een winkeltje hier in Rurre kocht.
Hoewel er nogal wat vissen en andere dieren in en rond het meer leven, vertoont deze vlakte nauwelijks een rimpeling. Dit is wel meermaals het geval, dat je nauwelijks dieren ziet. Amerikaanse onderzoekers toonden aan dat Madidiwoud een biologische hotspot is en dus een bijzonder rijke biodiversiteit kent, maar vaak valt op het eerste zicht niks bijzonders te bespeuren. Toch trekt "iets" even mijn aandacht weg van het boek en kijk ik een moment opzij. Op vrij korte afstand zwemt een zwarte kaaiman aan de oever heel traag richting de overkant van het meer. De ogen, de lange snuit, de neus en het eerste deel van de romp, drijven boven. Ook zonder verrekijker kan ik duidelijk de blik in de glazige ogen van het halfvolwassen dier zien, het houdt mij in de gaten zonder zijn peddelsnelheid ook maar even te veranderen.

Soortelijke observaties zijn er wanneer ik met een groepje toeristen meega op hun eerste wandeling door de jungle, er is schijnbaar geen enkel dier van kortbij te bespeuren. De gids opgegroeid en opgeleid in de jungle, hoort altijd wel iets en weet ons te vertellen, welke vogel of ander dier dat dan wel is en in bepaalde gevallen krijgen we dat dan ook te zien na wat sluip- en speurwerk.
Stopplaatsen bij planten en bomen vormen bronnen van verhalen over medicinaal gebruik in hun gemeenschap, over de toepassing van het hout als gebruiksvoorwerp of in de constructie van hun woningen.
Het "gebruik van dieren", onder vorm van jacht of visvangst, door bewoners van de gemeenschap van San José de Uchupiamonas - de enige gemeenschap die in het beschermde gebied leeft - kán mits het uitsluitend om eigen gebruik gaat. Zo worden spinapen, pecaris, ... enzomeer nog steeds door hen bejaagd en gegeten.

Van de negen gidsen komende uit deze gemeenschap die twee uur verderop aan de Tuichi-rivier leeft, heb ik er nu acht gezien. Hiervan kon ik er zes echt ontmoeten, er mee kennismaken en praten over de situatie van de ecolodge, de gemeenschap, en de toekomst van het Madidiwoud. Van twee "anciens" heb ik de indruk dat ze elk contact met mij vermijden en sceptisch staan tegenover elke "inmenging van een buitenlander".
Sergio, de gids die officieel als leider van de gidsen geldt, toonde zijn goede intenties maar kreeg zijn gidsen als groep niet georganiseerd om samen met mij van gedachten te wisselen - er waren  altijd gidsen die wat anders te doen hadden - waarop de algemene manager hier in Rurre reageerde door mij te vragen of ik niet in hun gemeenschap van San José de jonge gidsen wou mee gaan helpen opleiden. Met jonge mensen - ze zouden allen rond de twintig zijn - werken is meestal interessant, dit lijkt voor mij beter dan het oorspronkelijke plan met de huidige gidsen waar tot nu toe toch alleen maar sporadisch iets van terecht kwam.
Kennis van de plaatselijke flora en fauna is voor deze jongeren geen probleem, achtergrondinformatie hierover verwerven wel.

Ik ben benieuwd, dit is een nieuwe uitdaging, bijzaken  kunnen hoofdzaken worden en hoofdzaken bijzaken. Een bezoek aan de inheemse gemeenschap stond op mijn verlanglijstje zonder evenwel te weten dat ik daar jongeren mee zou mogen opleiden. Tegelijk ben ik ook sceptisch, we zullen zien wat er terecht komt van de beloften, van het voorgestelde.

Vanuit praktisch oogpunt moet ik nu eerst de tweede verlenging van mijn visum in orde kunnen krijgen, een zaak die met zich meebrengt dat ik niet direct de acht-uren-boottocht naar San José kan ondernemen. Het visum zou in de laatste dagen van deze maand in orde gebracht worden. Ik heb dit keer drie documenten meer nodig dan in La Paz, dit omdat alles hier naar de departementale hoofdstad Trinidad moet, dus "andere" documenten, waaronder een van een plaatselijke notaris (?!), meer tijd, meer kosten..., ja "de" administratie...
"Jajamaar",  zei de bediende van de migratiedienst tegen me, "met een dergelijk visum ga je alles kunnen doen, niet alleen vrijwilligerswerk, je kan dan hier ook gaan werken, je kan trouwen hier". Ik dacht dat dat laatste een mopje was, maar het was serieus.....

Zwarte kaaiman op de Tuichirivier:
Zondag zag ik op de markt in Rurre riemen en portefeuilles in echt kaaimanleder, en echt anacondaleer. Er lagen er ook enkele tussen die nep waren maar nog andere waren gemaakt uit de huid van jaguar en ocelot.  Ik vraag me af of dat alles van dieren buiten de beschermde gebieden komt, ik twijfel eraan.





9 mrt 2011

Nationaal Park Madidi in het Amazonewoud

Het is drie uur in de namiddag wanneer we bij de Chalalán Ecolodge aankomen. Na een tocht van zes uur over de bredeTuichi-rivier in een smalle en lange boom-boot, voortgestuwd door een bijzonder krachtige Suzuki-buitenboordmotor, klauteren we benieuwd het paadje op naar de lodge. Het wegje dat over twee kilometer blijkt te lopen verdwijnt al snel in het woud. De vochtige warmte is alom present, en met twee rugzakken waarin alle materiaal, heb ik voorlopig niet veel kans te genieten, maar het woud zelf verwelkomt ons door de vele planten glanzend in het zonlicht.
Het pad zelf is geplaveid met dikke, hobbelige keien. Verschillende woudgeluiden zoemen om ons hoofd. Mijn ogen richten zich onwillekeurig naar de vele groepen en soorten mieren op de grond: kleine, grote, zeer grote en ook "giganteas", reuzenmieren, die alléén op stap zijn. Daarnaast ook nog de drukwerkende parasolmieren.
Uiteindelijk komen we aan op een grote open plek met diverse Chalalán hut-woningen ter hooge van een dieper gelegen meer.

Later op de avond wanneer we een nachtwandeling doen en we onwaarschijnlijk veel spinnen tegenkomen, jachtspinnen en gewone spinnen in een web, en een tarantula die nauwelijks uit haar holletje in de grond wenst te komen - pas op dat moment besef ik, dat dit een gezond ecosysteem moet zijn, veel klein grut aan de basis en nog meer planten.

Ook het tochtje net voor ons eerste avondmaal levert resultaat op.
Verkennend lopen we gedrieën op een paadje wanneer onze gids ons plots aanmaant te stoppen en muisstil te zijn. Hij heeft "iets" gehoord, wij niet, ook nu niet. We sluipen zachtjes mee in de aangeduide richting, ja nu horen we ook het geknor in de verte. Het zijn pecaris, witlip-pecaris, ze leven in groep, typisch zuidamerikaanse kleine wilde varkens zeg maar. Hoewel ik zelden bang ben voor dieren in het wild, kruipt de schrik vanuit buik en hoofd me over het lijf. Ik las ooit dat pecaris gevaarlijk kunnen zijn, ze leven in een grote troep van vijftig tot honderd dieren, of meer, en, er zijn hier geen bomen waar je snel in kan klimmen...
Maar ik zeg niks, mijn twee collega's blijken het woord pecari niet eens te kennen. De gids, hoe hij deed weet ik niet, brengt ons al na een paar minuten dicht bij de troep. Pecaris hebben schrik van mensen, zegt hij, en dit klopt inderdaad, zeker en vast voor deze troep. We kunnen enkele dieren hevig zoekend naar noten, goed observeren maar worden vrij snel bedolven onder een geur, een stank die dwars door ons reukslijmvlies prikt tot in ons hoofd, brrrrw. Een klier op de rug van de beren signaleert vanop honderden meters: pas op, wij zijn hier en we zijn met velen. Jaguars blijken regelmatig de strijd met pecaris te verliezen.


Het meer "Lago Chalalán" gezien vanop een hoogte aan de overkant van de ecolodge (niet zichtbaar hier).
De bergketen op de achtergrond vormt de grens van het park in Bolivia. De totale oppervlakte bedraagt ruim  tienduizend vierkante kilometer. 
Het meer ademt zonder meer rust uit, de kaaimannen (zwarte en bril-) die aan de oevers verscholen liggen onder de neerhangende takken, niet te na gesproken.

De kamers van toeristen en personeel bevinden zich in houten lodges waarvan hier eentje zichtbaar. Het dak bestaat uit zorgvuldig geweven tapijten van palmbladeren. Dit houdt quasi  20 jaar stand en wordt dan vervangen.

De hoeveelheid licht die doordringt tot op de bodem van het bos ovrstijgt ale alle verwachtingen. Samen met de overvloedige regen geeft het de kans tot ontwikkeling van een weelde aan plantengroei. Het vele afgestorven materiaal wordt verteerd, mede door het werk van schimmels met hun soms schitterende paddestoelen.

Beeld bij een van de kleinere rivieren die door het park stromen

Onze gids Ricardo bij een Mahonieboom.
Dergelijke dikke mahoniebomen, zaadbomen, zijn zeer dun gezaaid in het woud en hebben een dichtheid van minder dan één per ha, dit is van nature zo. Sinds 1995 mag er wettelijk gezien in het park niet meer gekapt worden. Er zijn momenteel geen aanwijzingen dat dit illegaal toch zou gebeuren.