31 mei 2011

het Natuurfenomeen Iguazu

De watervallen van Iguazu zijn zonder twijfel een van de mooiste en meest impressionante natuurverschijnselen op aarde, dat is toch mijn persoonlijke indruk.

Hieronder vinden jullie een aantal foto's die, ik weet het, enkel een schuchtere poging zijn om deze pure schoonheid weer te geven.

De Roetgierzwaluw, bijna even indrukkend als de watervallen zelf,
werd gekozen als symbool voor het nationaal park Iguazu.

Bij het binnenkomen van het park zien we rechts verschillende takken van de Iguazurivier redelijk rustig onder de brugjes waarover we lopen, voorbij stromen, ondertussen horen we het geluid van de het vallende water aanzwellen.

Tussen de bomen krijgen we al een glimp van wat we gaan te zien krijgen door nevelgordijnen van druppels.



De tonnen vallende waters veroorzaken flamboyante opwaartse winden van grote, kleine en minuscule waterdruppels. 
In deze sterke stromen scheren de "vencejos de cascada", de roetgierzwaluwen, in zwermen spelend rond alsof het niks is.
Deze gierzwaluwen zijn zeer bijzondere luchtacrobaten (op foto niet te zien) die nestelen en broeden achter de gordijnen van het vallende water. Aanpassingen aan onder andere poten en tenen laten hen toe zich aan de natte rotswanden vast te hechten.



De watervallen vormen onderdeel van de plaatselijke jungle op de grens van het drielandenpunt van Argentina, Brasilia en Paraguay. Een aantal diersoorten waaronder Pluchekapgaai (familie van de kraaien, hierboven) en vele vlindersoorten laten zich hier makkelijk fotograferen.


De "Garganta del Diablo" (keel van de duivel, laatste twee foto's) vormt het hoogtepunt van de ontdekkingstocht.
Hier zie je alleen verbaasde en/of lachende toeristen in natte winden foto's nemen of gewoon in rustig genietend.

27 mei 2011

de Andes bij Salta, NW Argentina

Wat de Andes tonen in de buurt van Salta qua landschappen, geologische formaties en kleuren wordt als "surrealistisch" omschreven. De beelden hieronder zijn geplukt uit een tour tussen Salta en Cafayate.


In de 30 km lange "Kloof van de Schelpen" openbaren zich tientallen verschillende ruwe landschappen.

We huurden met z'n vieren (twee Duitsers, een Fransman, een Belg) een wagen en trokken twee dagen door de betoverende landschappen van bovenvermelde en andere quebradas.

Op bepaalde lokaties zien we duizenden cactussen.

Een zeldzaam verschijnsel: boven op deze cactus zitten twee papegaaien.
Moet zijn dat op dit topje de 6 tot 8 cm lange stekels niet voorkomen.

Een brede rivierbedding die er momenteel vrij droog bij ligt.

Schijfcactussen kronkelen over de dorre bodem in een poging te overleven.
Hier een exemplaar in vrij goede conditie.

Een van de vele bijzondere plooien.

Beeld in de zone van "los flechas" (pijlpunten).
De vormen zijn ontstaan door inwerking van regen en wind...

Zeldzaam beeld van troep verwilderde ezels.
Ze zijn blijkbaar bestand te overleven in deze beproefde omstandigheden.

Nico, een van onze beide Duitse compagnons, probeert een cactus in zijn apparaatje te krijgen.

De avondschemering, een rivierbedding, machtige bergen,...

20 mei 2011

San Pedro in de woestijn van Noord Chili

San Pedro de Atacama in de Atacamawoestijn die wordt beschreven als de meeste droge woestijn ter wereld, is een toeristisch dorp met nog geen 3000 inwoners. De jaarlijkse regenneerslag situeert zich tussen de 35 en 40 mm (in België ongeveer 900 mm). Het regent hier dus bijna niet, enkel in februari kan men wat regen verwachten. Niettemin is dit een aantrekkelijk dorp waar jaarlijks 800.000 toeristen neerstrijken, de top dus in Chili. Gelukkig is het nu laagseizoen en zijn er niet zo heel veel toeristen.

Hoewel ik helemaal geen woestijnfanaat ben, bekoort dit dorp me bijzonder. Ik weet eigenlijk niet waarom, zijn authenticiteit, zijn bomen en struiken verknocht aan en getekend door dit aride bestaan, de verscheidenheid aan toeristen die je hier aantreft, het aanbod dat er is aan mooie winkeltjes met kunstwerkjes, de gezelligheid, ik weet het niet, misschien is het alles samen ...
Enfin het is fantastisch hier te mogen zijn.

Hieronder vind je wat foto's die een idee kunnen gegeven van San Pedro en omgeving.

Ochtendfietstochtje in de woestijn.
Naast de zeer schaarse houterige planten en de afwezigheid van enige vorm van dierlijk leven, maakt vooral de immense stilte indruk.
PS: Merkwaardig aan deze verkeersinfo is dat men waarschuwt voor slipgevaar bij het regen..., zal wel terecht zijn.

Hier en daar komen toch wat planten voor, maar soms zie je over honderden meters geen enkele plant.
 Er zijn maar twee plantensoorten (op foto) die het volhouden, soms komt ook een derde soort voor.

In deze woestijn komen door de aard van de bodem en door de inwerkng van erosie en andere factoren, verschillende rare geologische formaties voor. Hier "Valle de la Muerte" (de vallei van de dood).

Vanop een hoogte in de woestijn enkele kilometer van San Pedro krijgen we zicht op de lintvormige oase die zich door het aride gebied slingert.

In werkelijkheid correspondeert het groene lint met een rivier (op de foto van linksonderaan naar rechtsbovenaan) die smeltwater hoog uit de Andes aanbrengt.

Het water van de rivier wordt grotendeels afgetapt en door een kunstmatig kanaal geleid zodat er geen verlies is van water in de bodem. Vanuit dit grotere kanaal vertrekken kleine kanaaltjes (foto) die delen van het dorp en landbouwgronden bevoorraden.
PS: het drinkwater haalt San Pedro uit geboorde putten, waarna het gezuiverd wordt
.
Een stukje "landbouwlandschap" van San Pedro. De oogsten lijken gering, maar ze bestaan dank zij het ingenieuse irrigatiesysteem.

Zicht op de percelen van een landbouwbedrijf.
Vooraan een voedersilo bestaande uit een soort van gedroogde planten, daarachter maïspercelen.

16 mei 2011

Met de bus door Peru van noord naar zuid

Na een kort verblijf in de Ecuadoriaanse hoofdstad Quito, een moderne zuidamerikaanse stad waar je de typische kenmerken van Boliviaanse steden als La Paz en Santa Cruz nauwelijks kan in terugvinden, reizen we met de bus door naar La Paz, of... dat was toch de bedoeling. In stopplaats Lima (Peru) aangekomen verneem ik dat er al een week geen doorgang is naar La Paz. Er is een zoveelste "bloqueade", wegsperringen zijn dat als gevolg van stakingen. De eerste minuut voel ik spijt, want ik had graag mijn Boliviaanse vriend Alex teruggezien in La Paz en ook zeker de Salar de Uyuni in zuid Bolivia verkent.
Na even de kaart bekeken te hebben wijzig ik met enige genoegdoening het plan. Ik zal doorreizen naar het noorden van Chili naar San Pedro de Atacama, een stadje dat aan de voet ligt van een vergelijkbare woestijn als de Uyuni-Salar. En vandaar kan verder gereisd worden naar Salta in Argentina, het eerste en wellicht laatste land van deze tocht.

Dit betekent dat ik de volledige Peruaanse kuststrook van noord naar zuid vanachter een raampje in de bus heb kunnen bekijken.
De beelden hieronder zijn zo mogelijk typisch voor de Peruaanse kust (en dus niet voor geheel Peru met zijn overigens prachtige natuur). Ze zijn bijna allemaal genomen in een schokkende en zwiepende bus met vuile ramen en bijgevolg niet van de beste kwaliteit.

Vervoer van producten (hier fruit) met een fietskarretje is in Peruaanse kuststeden sterk ingeburgerd.
Dit was in Boliviaanse steden bv. niet te zien.

Op bepaalde plaatsen, soms honderden meters lang, zie je massa's zwerfvuil langs de weg liggen. Ook in steden en dorpen liggen er hopen vuil samengesmeten in putten van het voetpad. Dit geeft een zeer vuile en verwaarloosde indruk aan buitenlanders maar ook aan een deel van de eigen bevolking die zich wél bewust is van de problematiek.

Grote delen van de hoofdstad en metropool Lima zijn modern ingericht zowel qua urbanisatie, architectuur als sociale voorzieningen (winkels, hospitalen, ....)

Een park met leuke speeltuin bij het centrum van hoofdstad Lima.

Naast de fiets-riskjas nemen gemotoriseerde ricksjas (een motorfiets op twee achterwielen voorzien van een dak en twee plaatsen achterin) veel van het taxi-vervoer voor hun rekening.

 
Beeld van één van de vele Peruaanse nederzettingen langs de kust, eigenlijk geen echt dorp.
Alle kotjes en krotjes lijken opgetrokken zonder veel organisatie of overleg. Een beeld dat evengoed in het arme Bolivia zou kunnen genomen zijn.

Op bepaalde plaatsen is er irrigatie in de droge zanderige kustgronden en groeien er landbouwgewassen die in goede staat lijken te zijn.

Dergelijke barakken zijn geen uitzondering, nee.

Opnieuw een van de weinige plaatsen waar wat landbouw mogelijk was.
Wat veel meer voorkwam zijn enorme kippenbarakken, maar daar heb ik geen foto van.

De laatste honderden kilometers in het zuiden van Peru tot aan de Chileense grens tonen niets dan dorre bodems. Mogelijk kan je dit woestijn noemen maar van enige charme is hier geen sprake.

11 mei 2011

Galapagos, een unieke parel

Baltra is de naam van het eilandje centraal in de Galapagos archipel gelegen. Dit kleine eiland fungeert als luchthaven, als aankomst- en vertrekplaats voor de eilandengroep, en had bij ons weten verder niets te bieden.
 
Het is al middag in de eerste dag van de vijfdagentrip wanneer we er landen. Nog eens twee uur later arriveren we met de luchthavenbus in de miniscule Baltrahaven waar de boot die ons naar vier verschillende eilanden zal brengen, voor anker ligt.
Vanuit de bus lijkt Baltra een dor eiland, van de eerste dag verwacht ik bovendien alleen "verplaatsingen".
Op het ogenblik dat we uit de bus stappen cirkelt een grote donkere vogel laag boven het dok, ja dit is een fregatvogel, en dáár: nog een. Wat een prachtige zwarte zwevers zijn ze, en ze schijnen niet bang te zijn. Ik ben net van deze verrassing bekomen wanneer twee bruine pelikanen landen vlak bij een rubberboot die toeristen komt ophalen. Ook zij zijn maar enkele meters van ons verwijderd. We dalen de betonnen trap af die ons naar de steiger leidt wanneer ik een lavareiger, een endemische (inheemse) soort op de Galapagos, ontdek op een platformpje naast de trap.
 
Maar de andere toeristen van de groep zijn veeleer gepakt door de zeeleeuwen ("how cute", hoe schattig) die nonchalant liggen te slapen op de balken die de trap ondersteunen.
Van een onthaal gesproken. De dieren verwelkomen ons niet, ze zijn hier gewoon, zij leven hier, wij komen aan in hun huis, in hun biotoop en mensen lijken voor hen gewoon andere wezens die even een blik waard zijn maar verder niks meer. In reisgidsen wordt het gedrag van de Galapagosdieren als "fearless" omschreven, inderdaad deze dieren leven "zonder vrees".
Wat een intrede op dit voor mij op het eerste zicht "onbenullig" eiland.
 
Met dertien toertisten varen we naar Bachas, het noorden van het dichtbij gelegen Santa Cruz eiland. We stappen hier voor een paar uur uit en opnieuw ben ik onder de indruk van de nabijheid van zeeleguanen, de prachtige krabben, de vissen die we snorkelemd ontdekken, de vogels, de grote roze flamingo's vallen dit keer het meeste op.
 
Wanneer we de tweede dag aan land gaan op de zuidelijke zijde van het ver afgelegen eiland Genovesa ben ik eerder wat "van de kaart" dan "onder de indruk". Overal, in de struiken, op de grond, vlak naast het wandelpad, zitten grote zeevogels te broeden, te nestelen of gewoon ongegeneerd te rusten tot ze weer het luchtruim kiezen, alsof dit altijd al zo geweest is.
 
Een paar honderd meter verder bereiken we de noordelijke hoger gelegen kant van het eiland, onder ons liggen kliffen die zich loodrecht in zee storten. Wat daar boven ons zwerkt en flerkt kon ik me niet voorstellen, tienduizenden stormvogels en vele honderden fregatvogels, genten en meeuwen. Het aantal soorten kan je op twee handen tellen, maar de aantallen en de impressie die ze nalaten zijn voor een Europeaan die véél minder gewoon is, meer dan bijzonder.
 
Ik laat jullie hieronder nog genieten van enkele beelden.
 
Een Galapagos landleguaan warmt zich op in de ochtendzon. 
Het zijn vrij passieve wezens die zoals vele Galapagosdiersoorten geen predators hebben en zich dus geen zorgen hoeven te maken over een mogelijke aanval. Af en toe gaan ze op stap om wat van de cactussen eten. (Z. Plaza)
 
Op het zuidelijke Plaza eiland groeien de vier á vijf meter hoge Reuzencactusbomen. Naast bepaalde Darwinvinken die hierin rondfladderen zijn er de landleguanen die aan de cactusschijven knabbelen.
 
De bekende Darwinvinken zijn bijzonder kleine vogeltjes - de meeste half zo groot als een Europese vink - die zeer moeilijk te fotograferen zijn. Niet omdat ze schrik hebben maar omdat ze zo beweeglijk in de struiken rondhuppelen. Het onderscheid tussen de 13 (of 15?) soorten met alle hybriden daar mog eens bovenop, blijkt voor ornithologen een zware klus te zijn. Deze vogel zou een grote grondvrink kunnen zijn. (Santa Cruz)
 
Heel wat vogelsoorten waaroder Darwinvinken maar ook andere, zijn gebonden aan bepaalde eilanden.
De Bruine pelikaan zie je evenwel nagenoeg overal tussen en op de eilanden opduiken.
Hier een volwassen mannelijke Bruine pelikaan in de vlucht.
 
Pinguins komen normaal gezien alleen aan de zuidpool of er niet ver vandaan voor.
De kleine Galapagospinguin, een endemische soort, die momenteel slechts bestaat uit een zeer kleine populatie van ruim honderd dieren, is een unieke uitzondering: hij leeft aan de evenaar (Bartholome eiland)
 
 Bruine pelikanen (v) zitten graag in de mangrovestruiken op de uitkijk om dan plots in het water te duiken en een vis samen met een halve emmer water mee op te scheppen. (rode magrove noord Santa Cruz)
 
Op het Ecuadoriaanse vasteland zag ik een duifje, iets kleiner dan onze tortel, die zeer goed op deze Galapagosduif lijkt.
Dit duifje is net iets mooier en iets anders. Meer dan waarschijnlijk is de galapagossoort afkomstig van het vasteland. Het diertje is voortdurend in de weer om zaadjes van de grond te pikken.
 
Broedende Nazca gent.
Deze vogels leggen veelal twee eieren met enkele dagen tussen. Ze zijn bekend voor het siblicide-gedrag, gedrag waarbij het tweede jong gedood wordt door het eerste jong kort na het uitkomen. De precieze reden hiervan is niet bekend, maar het is duidelijk dat indien er met het eerste jong iets gebeurt, het ouderpaar nog steeds een jong heeft.
 
Nazca gent met Grote fregatvogels op de achtergrond, sfeerbeeld.
 
Op Galapagos komen naast de Nazca, nog twee andere genten voor: het zijn de Roodvoet - en de Blauwvoet gent.  Het zijn allen uitstekende vissers die zich als een pijl in het water storten.
Deze Boobies, zoals ze hier genoemd worden, hebben een rare manier van bewegen op het land, wat gek, wat sukkelachtig, het Spaanse woord "bobo" waarvan het Engelse booby is afgeleid, betekent trouwens "clown".
 
Mannelijke Grote fregatvogel kan een rode gular, een soort rode vliezige ballon, opzetten. In opgeblazen vorm is deze bijna uitsluitend op het land te zien wanneer ze indruk willen maken op vrouwtjes of op mannelijke rivalen.
 
Broedende vrouwelijke Grote fregatvogel.
 
Een van dé beelden van Galapagos, zwevende fregatvogels.
De beide fregatvogels, de Prachtige en de Grote, van de Galapagos zouden de vogelsoorten zijn met de grootste vogelspanwijdte in verhouding tot hun gewicht. En inderdaad, deze zwevers met hun grote pluimen hangen en vliegen in de lucht schijnbaar zonder de minste inspanning. 
Dit mannetje heeft zoals zoals dat meestal in de vlucht het geval is de gular ontspannen.
Fregatvogels maken van hun talenten gebruik door vissen gevangen door andere zeevogels (in hun bek of krop) in de vlucht te stelen of vissen uit het oppervlaktewater te plukken.
 
Deze Grote Flamingo's laten zich naderen tot op een 15-tal meter, niet minder.
Ze lopen met een elegantie door de poel, niet te beschrijven...
 
De zeeleguanen zijn relatief kleine (30 á 40 cm zonder staart) reptielen die goed gelijken op hun broertjes de landleguanen: Ze zitten graag in de gegeven houding te zonnen. Als enige leguanen ter wereld die in de zee leven, eten ze enkel zeewier en krijgen dus heel wat zout binnen. Vandaar het wit op hun kam, het zijn uitgescheiden zoutkristallen. (Z Plaza)
 
De lavareiger is een andere endemische soort van de Galapagos. De pluimage vormt een uitstekende camoeflage tegen de lavabodems die de eilanden vormen; ook in de mangroves slaagt deze kleine reiger erin gemakkleijk een visje of een krab te verschalken. Ze hebben totaal geen angst voor de mens en broeden op hun eentje in paartjes, dit in tegenstelling tot vele andere reigersoorten die in kolonie leven.