Het is zondagmorgen en toch al half negen wanneer we met de bus
aankomen in Sucre, de witte stad. We hebben er een nachtelijke rit van
15 uur over een afstand van nauwelijks 400 km op zitten. Onze beide
chauffeurs hebben onderweg honderden valkuilen letterlijk omzeild.
Parijs-Roubaix moet comfortabeler zijn.
Boven ons schuiven tinten van grijze wolken door elkaar. Het druilt nu
wat in deze stad op 2750 m hoogte.
Ik pak snel wat spullen en stop ze in de kleine rugzak; op zondag is
er immers in een hoger gelegen bergdorp, Tarabuco, markt.
Indiaanse mannen en vrouwen, klein van gestalte, gerimpeld en gehouwen
door de natuur, informeren er, steeds op nederige wijze, naar de
koopinteresse van de toeristen. Heel wat Bolivianen, maar ook
reizigers uit alle delen van de wereld, komen de prachtig geweven
doeken bekijken en vergelijken, maar kopen niet snel, de weelde aan
beschikbare authentieke werkstukken is hier niet vreemd aan.
De dag erna, maandag, stap ik het 'Museo de Arte Indîgena' (Museum
voor Inheemse Kunst) binnen. Wat hier te zien is aan geweven
tapijtjes, sjaals, riemen ..., grenst aan het ongelooflijke. De
historisch mooiste werkstukken geselecteerd uit deze van de 35
Boliviaanse nationaliteiten, de 35 culturen die het land telt, werden
hier samengebracht.
Maar bijna was deze rijkdom verdwenen. De weefkunst, een
traditie van indianenstammen uit het hart van Zuid-Amerika, ging in de
jaren zestig bergaf omwille van verschillende, veelal economische,
redenen, in zoverre dat er in de jaren tachtig bijna niets meer
overbleef en de indianen moesten overleven van de opbrengst van hun
schaarse landbouwprodukten. Tot de internationaal georganiseerde ngo
"ASUR" begin de jaren negentig er alles aan deed om de kennis en
vaardigheden van de indianen te bewaren en deze kunst bij het grote
publiek bekend en commercieel aantrekkelijk te maken. Indianen die de
technieken verleerd hadden, met hun kinderen, kregen en krijgen enkele
jaren opleiding in werkateliers. Ganse families werken nu thuis aan de
ingewikkelde werkstukken, zelfs papa's.
Aan het museum dat opgericht werd en beheerd wordt door de ngo ASUR,
is een winkel verbonden. Hier kan men weefkunst kopen die door
indianen uit de bergdorpen gemaakt werd. De opbrengst gaat
rechtstreeks naar zij die het werkstuk met hun handen gemaakt hebben.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten