3 feb 2011

Santa Cruz, Bolivia

Al op de luchthaven van Buenos Aires raakt me het gezicht van een aantal medepassagiers. Vrouwen klein van gestalte, met stevige, ietwat gebogen neusbouw, intrigrerende blik, twee blinkend-zwarte haarvlechten aanlopend tot in de lenden. Met deze archevrouwen is de handtekening van Zuid-Amerika, van Bolivia in het bijzonder, gezet. Ja, Bolivia is het enige zuidamerikaanse land dat uit zoveel (meer dan 60%) inwoners van inheemse afkomst bestaat, afkomst erfelijk vast uit drie indianenstammen.
Bij onze aankomst is in het lage gebouwtje van de Viru Viru luchthaven van Santa Cruz, weinig volk te bespeuren. Enkel af en toe lijkt hier een vliegtuig te landen en gaat het douanepersoneel zijn posten bemannen. Het hoofd neergebogen en met twijfel in zijn ogen na het bestuderen van mijn visum, loopt de controleur tot bij zijn collega. Na een poosje begint deze te knikken. Oef, het is OK, ik mag binnen.
Buiten gekomen in de heldere tropische lucht, stap ik in een "Micro". Het is een oud maar stevig gepeesd busje dat een twintigtal personen kan vervoeren. Het zit bijna vol. Een medewerker van de chauffeur laadt mijn rugzak in en vraagt me vooraan te willen plaats nemen.
De chauffeur is ook eigenaar van het busje. Op de voorruit kleeft een kleine afbeelding van Jezus Christus, dat blijkt hier niet uitzonderlijk te zijn.
Terwijl we door open gebied her en der gedecoreerd met hoge palmbomen, rustig keuvelend laveren tussen toeterend verkeer, laat hij me zijn rijbewijs zien. Het geplastificeerde kaartje is nauwelijks vier bij vier centimeter en vermeldt in kleine druk 1970 als jaar van afgifte. Nu hij al een eind in de zestig is, wil hij dit beroep blijven doen, nog vele, vele jaren. Zijn ogen fonkelen wanneer hij me zegt dat hij met plezier reizigers aan de luchthaven ophaalt, hij praat met hen en is vooral zeer dankbaar dat hij kan steunen op een goede gezondheid om elke dag van 7u 's morgens tot 11u 's avonds mensen naar een plaats dicht bij hun hotel te brengen.
Barrios, vierkante wijken, met soms mooie statische gebouwen erin, schuiven voorbij, vele andere zijn gehavend door ouderdom, gaten, putten, scheuren, ze werden niet hersteld. Hoewel wat verwaarloosd, ogen ze door de frisse pastelkleuren exhuberant, tropisch. Bolivianen lopen over en weer, het zijn er veel. De hoofdstad Santa Cruz is recent La Paz voorbij gestoken qua inwoneraantal. Meer dan anderhalf miljoen hebben wij er, informeert de chauffeur.
Mensen leven hier buiten, op de stoep, kleine winkeltjes langs de kant, verkoopstandjes op de stoep, kiosken, een bolletje met gefermenteerde maïs, een kruiwagen vol met fruit, het staat er allemaal. Dit is duidelijk de rijkste stad van Bolivia heb in Lonely Planet en Trotter gelezen. Wat gaat dat geven in het arme noordwesten?
Wanneer we bij de buitenste barrios van het centrum zijn aangekomen, is het me duidelijk, dit ís zuidamerika, hier bestaat geen twijfel.

3 opmerkingen:

  1. Hoi Frans,
    Nog vlug even jouw op muziek gezette observaties doorgenomen vooraleer naar het HTH te fietsen voor onze maandelijkse vergadering en een Omer....
    Garcia Marquez en Vargas Llosa zijn gewaarschuwd: er is concurrentie op het continent!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bedankt iedereen voor alle reacties, ik probeer telkens de sfeer hier weer te geven.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Inderdaad een schone schrijver mijne kozzen!
    Dat leest zeer vlot en 't is allemaal echt en vers, waar vind je dat nog tegenwoordig?
    Succes Frans.

    BeantwoordenVerwijderen